Top menu

Geleen krijgt monument voor in oorlog vergaste zuster

ROERMOND/GELEEN – Op woensdag 28 juni wordt in Geleen een monument onthuld ter herinnering aan zuster Aloysia Löwenfels. Net als de heilige Edith Stein was zij joods, werd ze later katholiek en trad ze in bij een kloosterorde. In augustus 1942 werden ze door de Duitse bezetters gevangen genomen en op transport gezet naar Auschwitz. Het monument in Geleen is bedoeld als een blijvende herinnering aan deze martelares.

De geschiedenis van de katholiek geworden jodin Edith Stein, die vanuit het karmelietessenklooster in Echt door de Duitsers werd weggevoerd, is algemeen bekend. Het verhaal van de slechts 27 jaar geworden zuster Aloysia heeft in de loop der jaren nauwelijks aandacht gekregen. Met de plaatsing en inzegening van het monument willen de zusters een blijvende herinnering creëren aan het korte, maar waardevolle leven van hun medezuster.

Het monument komt te staan in Geenstraat, op de plaats waar indertijd het klooster van de zusters stond. Het beeld wordt ingezegend door pastoor J.P. Janssen van Geleen in aanwezigheid van onder meer het generaal bestuur van de congregatie, vertegenwoordigers van het gemeentebestuur Sittard-Geleen, een vertegenwoordiger van het aartsbisdom Keulen en kunstenaar Jos Hemans, die het monument ontworpen heeft. Aan het programma wordt ook meegewerkt door leerlingen van basisschool De Drossaert en harmonie Sint Augustinus.

Levensbeschrijving
Louise Löwenfels werd op 5 juli 1915 in Trabelsdorf (D) geboren in een godsdienstig joods gezin. Ze had geen gemakkelijke jeugd, omdat ze zich aangetrokken voelde tot het katholieke geloof en dit in haar joodse familie niet werd geaccepteerd. Uiteindelijk werd Louise Löwenfels zelfs door haar familie verstoten. Als gevolg van de in Duitsland steeds strenger wordende anti-joodse wetten was zij genoodzaakt steeds vaker te verhuizen en uiteindelijk onder te duiken in een klooster in Mönchengladbach. Hier werd zij op 25 november 1935 gedoopt. Doordat de situatie in Duitsland voor joden verslechterde, kon Louise daar niet blijven en vluchtte zij naar Nederland. Ze vond onderdak bij de zusters Arme Dienstmaagden van Jezus Christus in Geleen, bij wie ze op 8 december 1937 intrad. Op 12 september 1940 legde ze als zuster Aloysia haar eerste geloften af.

Door haar joodse afkomst, werd haar het leven als religieus steeds moeilijker gemaakt. Ze mocht geen les meer geven aan de kleuterschool en werd verplicht een jodenster te dragen. Hoewel de bezetter aanvankelijk beloofd had om de tot het christendom bekeerde joden niet te vervolgen, werd hiervan afgeweken, nadat de Nederlandse bisschoppen openlijk tegen de handelwijze van de Duitsers hadden geprotesteerd. Samen met Edith Stein en tientallen andere katholiek geworden joden, werd zuster Aloysia op 2 augustus 1942 gearresteerd en via de kampen Amersfoort en Westerbork naar Auschwitz gebracht. Daar werd ze op 9 augustus vergast.

Zusters in Geleen
De zusters Arme Dienstmaagden van Jezus Christus kwamen in 1875 vanuit Duitsland naar Geleen. Een tijd lang boden ze onderdak aan religieuzen en studenten die vanwege de Kulturkampf (anti-religieuze politiek) uit Duitsland waren gevlucht. Later legden de zusters zich in Geleen toe op de zorg voor de zieken en ouderen en op het onderwijs. Door de toename van het aantal religieuzen kon een groot klooster met pensionaat worden gebouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier dementerende patiënten uit een psychiatrische inrichting in Gangelt (D) ondergebracht, om te voorkomen dat zij door de Nazi’s werden gebruikt voor medische experimenten. De zusters Arme Dienstmaagden van Jezus Christus hebben nog steeds een communiteit in Geleen en zetten zich onder meer in voor de opvang van vluchtelingen.

Reageren is niet (meer) mogelijk.