Top menu

Herinneringen van een Joods weeskind

Naam: Katja de Jong
Geb. : december 1941
Ondergedoken (en na de oorlog gebleven ) in Friesland.
Met 16 jaar naar Amsterdam, Joods Kinderhuis, Prins Hendriklaan 9

Op de foto alle Joodse Tehuis kinderen samen met de Joodse leiding en de Kinderen van de directie.

 

Niet alle kinderen in het huis – ook wel doorgangshuis genoemd – waren wees. Ze werden daar ook wel opgevangen, omdat de ouders problemen hadden, dit kon bestaan uit ziekte en/of problemen in de huiselijke sfeer.
Ze bleven dus in het huis zo lang als nodig was! Voor de goede orde moet opgemerkt worden, dat er dus alleen Joodse kinderen in het huis konden worden opgevangen!

In januari 1958 – ik was pas 16 jaar geworden – ging ik wonen in een Joods kinderhuis aan de Prins Hendriklaan in Amsterdam. Mijn Friese pleegmoeder was onlangs overleden en mijn pleegvader zag het niet zitten om alleen voor een opgroeiende puber te zorgen.
Het was een hele overgang, van een Christelijke dorpse omgeving, waar ik enig kind was – mijn beide pleegbroers resp. 12 en 17 jaar ouder – waren al lang het huis uit, naar een Joods kinderhuis in een grote stad.

Het was een relatief klein kinderhuis, eigenlijk leek het meer op een groot gezin de capaciteit was ca. 14 kinderen. De meisjes bleven tot ze “volwassen” waren, maar de jongetjes stapten op hun 13de jaar over naar het jongenshuis, dicht bij de ingang van het Vondelpark. In het begin had ik veel last van heimwee, maar dat ging al snel over, want het was misschien wel de leukste tijd uit mijn leven! Het was er namelijk erg gezellig!

De leiding bestond uit een jong, modern echtpaar de familie Rosenbaum, zij was de directrice en haar man de ”prins gemaal”. In januari 58 hadden ze een anderhalf jaar oud zoontje en in april van dat jaar werd nog een zoontje geboren. Een paar jaar later kregen ze een dochtertje, dat op haar achtste jaar is gestorven aan leukemie. Zo’n verdriet is onbeschrijflijk.

Verder bestond de leiding nog uit twee jonge vrouwen, Lidy en Sophie, zelf niet zo heel veel ouder dan de “grote”meisjes maar toch ging van hen veel moederlijkheid uit.
De twee jonge vrouwen stapten al snel in het huwelijksbootje, waarna er minder lieve leidsters zijn gekomen.
Lidy en Sophie staan ook niet op de foto.
Gelukkig bleef de familie Rosenbaum wel aan het roer staan en iedereen was dol op tante Hella en oom Loek!

Het huis had twee verdiepingen, beneden de voor en achterkamer, de achterkamer grensde aan de tuin en in het linoleum was een knikkerkuiltje gemaakt, zodat er ook bij slecht weer geknikkerd kon worden. In de voorkamer werd gegeten.

Op de eerste etage was de kamer van de familie Rosenbaum. Zij hadden al een kleine zwart wit televisie. Wij werden vaak uitgenodigd om bij hen televisie te komen kijken en daar werd graag gebruik van gemaakt, want het huis bezat nog geen t.v.

Ook de kleine jongens en meisjes hadden hun kamer op de eerste verdieping. Op de tweede etage sliepen wij de grote meisjes en de twee leidsters. Er waren tweepersoons en driepersoons kamers en nog een kamertje voor een meisje alleen. Ik sliep meestal op de meer persoonskamers en ook dat was vaak erg gezellig.

Het eten was heel anders dan ik gewend was in Friesland, wij aten vaak varkenskarbonaatjes en karnemelkse pap als toetje. In het kinderhuis was daar natuurlijk geen sprake van. Als vlees werd vaak hart gegeten, daar moest ik erg aan wennen en ik werd er dan ook wel goedmoedig mee geplaagd: “Het heeft geklopt hoor Kitty!”. Het dessert bestond meestal uit koek of taart en kugel uit de oven.

Hoewel het echtpaar niet erg orthodox was ingesteld, werd aan de Joodse feesten veel aandacht besteed en op vrijdagavond werden de kaarsen aangestoken en de wijn gezegend, waarna een gezellige maaltijd volgde. Sjabath na Sjoel werd er weer gezamenlijk gegeten. Ik vergeet nooit hoe lekker de galle met schelvislever smaakte!

Op Pesach werden lange tafels neergezet en de seider met vele gasten gevierd.

Poeriem was vaak een hele happening, de grote zaal werd omgetoverd tot het paleis van Achosjverosj en iedereen kwam verkleed naar het bal. Natuurlijk werden de jongens van het jongenshuis uitgenodigd, zodat we allemaal een danspartner hadden.

En dan het Loofhuttenfeest.
Op de veranda werd de loofhut gebouwd en prachtig versierd met bladeren en takken.
Witte lakens langs de muren, waarop een artistieke leidster druivenranken had geschilderd.

Ook Chanoeka werd uitgebreid gevierd een kennis kleedde zich als Chanoeklaas (Sint, maar dan in het blauw). We werden overladen met cadeaus en voor iedereen had Chanoeklaas een persoonlijk woordje.

Dan waren er nog de sportdagen samen met de Bergstichting in Laren, en ook hebben we met de hele groep gelogeerd in de Rudelsheim Stichting in Hilversum.

Van het begin af aan klikte het enorm tussen de fam.Rosenbaum en mijn persoontje en ik ben er trots op, dat mijn man en ik nu na ruim vijftig jaar nog steeds vrienden met hen zijn. Ook Lidy, die al jaren met haar man in Israel woont, spreek ik zo nu en dan.

Ik denk, dat men nu toch wel een idee heeft gekregen van mijn jaren in het kinderhuis, de foto is gemaakt t.g.v. het feit, dat het kinderhuis ging fuseren met de Bergstichting in Laren. Ik woonde toen al enige jaren op mijzelf, maar kwam heel toevallig die middag op bezoek en ben toen snel op het hoekje gaan zitten.
Met blonde Loes, die naast mij zit heb ik nog steeds contact. Bij Loes op schoot zit kleine Lizzy – Carla – Nico (oudste zoontje van de fam.Rosenbaum) Martin – Ruby – Jacob – Chaim en Josef. Herman (jongste zoontje van de familie) gedragen door leidster Estha – tante Hella – Ina – Loesje (dochtertje van de familie) gedragen door leidster Roosje, en tenslotte oom Loek.

Reageren is niet (meer) mogelijk.