Top menu

Een gedenkplaat in de Via Mazzini

Hieronder het verhaal over Geo Josz die na de oorlog uit Buchenwald terugkeert in zijn woonplaats Ferrara.
Hij komt terug op de dag dat een gedenkplaat met de namen van de weggevoerde en omgekomen Joden wordt geplaatst aan de muur van de synagoge.
Daarbij ontdekt hij zijn eigen naam tussen die van zijn vermoorde familieleden en van andere Joodse stadsgenoten die niet zijn teruggekomen.

Dit is een verhaal van een overlevende.
Een verhaal van een man, in feite van veel andere overlevenden.
In deze geschiedenis wordt pijnlijk duidelijk hoe terugkeren en overleven wordt bepaald door de verdwenen familieleden en door de reacties van de vroegere omgeving.
(Zoals Arnon Grunberg opmerkt, is er de onophoudelijke scheiding in veel levens tussen vóór de oorlog en na de oorlog, in ieder geval voor Joden; zo ervaart ook deze man).

Ik geef mijn persoonlijke beleving en interpretatie weer van deze novelle, met bovenstaande titel, van Giorgio Bassani.

De hoofdpersoon is Geo Josz en hij woont vóór de oorlog met zijn ouders en jongere broertje in Ferrara, een Italiaanse provinciestad.
In de herfst van 1943 is hij weggevoerd met nog honderdtweeëntachtig andere Joodse inwoners, om vernietigd te worden in daarvoor bestemde kampen. Opeens is hij na de oorlog terug.
Het is augustus 1945 wanneer hij in de Via Mazzini bij de synagoge staat. Het is de dag dat hij uit Duitsland is teruggekomen in zijn geboortestad. Hij wordt daar niet meer herkend door zijn stadsgenoten.
Zijn leeftijd is onbestemd en hij ziet er opgeblazen uit, als een drenkeling, veroorzaakt door hongeroedeem; met witte handen en armen waarin het getatoeëerde registratienummer van vijf cijfers met een J ervoor duidelijk leesbaar is.

In twee jaar tijd is deze man uiterlijk onherkenbaar geworden en beschadigd; ook met zijn persoonlijkheid is dat gebeurd zoals uit het verhaal blijkt.

Geo staat in de straat en kijkt in de augustushitte met nog een aantal toeschouwers naar een man die bezig is een marmeren plaat te bevestigen aan de gevel van de synagoge.
Op de plaat leest hij tussen de honderddrieëntachtig namen zijn eigen naam. Hij leest hardop, verontschuldigt zich, deelt mee dat de plaat overgemaakt moet worden.
Hij is namelijk die Geo Josz, in levende lijve, aan wie de gedenkplaat mede is opgedragen.

De inwoners van het stadje zijn verlegen met de situatie. De terugkeer van Geo confronteert iedereen met zijn al of niet zwarte/fascistische verleden, met de steun aan de Republiek van Salò, en met hun deelname aan de openbare verkoping van de Joodse bezittingen, waaronder de kroonluchters van de synagoge.
Men is angstig, bang de rekening gepresenteerd te krijgen. Zelfs als Geo niets anders zou vragen dan te mogen leven, zien velen dat als bedreiging. Er is angst voor executie door de partizanen, de “rooien”. Men wenst Geo ver weg van Ferrara.
Bassani schrijft in deze context dat met angst en haat niet te praten valt. Dat is een constatering waarmee ik het roerend eens ben. Heel beangstigend vind ik dat en tegelijkertijd maakt het machteloos.

Wanneer Geo verder loopt naar het vroegere ouderlijk huis, en tot zijn verbijstering ziet dat dat nu als hoofdkantoor van de partizanen in gebruik is genomen, lijkt alleen de aanblik van de bloeiende magnolia in de verwaarloosde tuin hem wat tot bedaren te brengen. Dit beeld vind ik ontroerend en het geeft de ontreddering goed weer van iemand die terugkeert en in alle verandering iets herkent van vroeger.
De hoofdpersoon doet pogingen het huis terug te krijgen, hetgeen pas na een paar jaar succes heeft, en wordt ook op deze manier geconfronteerd met de nieuwe werkelijkheid van na de oorlog; deze confrontatie is van beide kanten uiteraard lastig te verteren.
Het verhaal maakt het belang duidelijk van locaties, plaatsen in de stad, straten, huizen, winkels, de synagoge, en de herinnering daaraan. En dat niet uit nostalgie, maar uit pure noodzaak om vanuit het verleden weer verder te kunnen leven.

De terugkeer van Geo brengt het schuldgevoel naar boven bij de stadsgenoten, dat is evident. Ook het schuldgevoel over het buitensluiten van mensen.
Aan de andere kant wil men niet spreken over het verleden. De laatste oorlogsjaren waren tenslotte voor iedereen verschrikkelijk, zo wordt gesteld, en om dat steeds op te rakelen heeft toch geen zin.
Met deze redenering probeert men naar de toekomst te kijken. Evenwicht en terughoudendheid, daar kwam het nu op aan volgens de stadsbewoners.
Deze rationalisering helpt natuurlijk niet echt. De confrontatie met de overlevende blijft onrust geven.

Geo blijft tegen iedereen die hij tegenkomt, steeds weer, tot in detail vertellen over zijn ouders en broertje in het kamp. Hoe zijn broertje opeens verdween, hoe zijn moeder een laatste keer omkeek en naar hem zwaaide, hoe zijn vader hem nog wat woorden had toegefluisterd voordat hij in elkaar zakte.
De toehoorders vinden de verhalen te lang, te deprimerend en overdreven, aangedikt, onwaar dus. En vervelend, al te vaak gehoord, ouwe koek.
In 1948 wil niemand nog met hem praten.

De door de oorlog uiteengevallen samenleving tracht zich te herstellen. Het leven begint opnieuw.

In de herfst van 1948 verdwijnt Geo uit Ferrara, zonder enig spoor achter te laten, zoals in het verhaal staat.
Men sprak dan wel niet meer met hem, maar nu wordt veel over hem gesproken.
Dat hij geduld had moeten hebben, dat de tijd alles herstelt, dat het hem tot bedaren had gebracht, en hem geholpen zou hebben een normaal leven te leiden, zich aan te passen kortom.

Dit verhaal brengt veel aan de oppervlakte.
Het schetst het onbegrip voor degene die terugkomt, het onbegrip voor de verwarring, voor het gevoel van verlies, voor het gevoel van eenzaamheid.
Het toont aan dat het buitensluiten, het anders zijn nog steeds wordt ervaren, en wel van beide kanten. De pijn daarover bestaat aan beide kanten.

Ik denk dat, hoewel begrip en invoelend vermogen voor dit thema geen echte troost geven, en niets kunnen herstellen, wel tekenen zijn van beschaving en fatsoen.
Gelukkig heeft Haarlem een aantal mooie, beschaafde en fatsoenlijke mensen. Ik ken daarvan een paar. Die mensen ben ik erkentelijk.

Reina Bos
15 mei 2011

Reageren is niet (meer) mogelijk.