Top menu

Willemien Spook over het schrijven van de namen van 710 joodse slachtoffers

Willemien SpookHAARLEM – Zevenhonderdtien Joden zijn in de oorlogsjaren uit Haarlem weggevoerd, zonder noemenswaardig verzet van de bevolking. Onder hen kinderen, baby’s en zelfs een 91-jarige vrouw die in de gaskamer van Sobibor werd omgebracht. Willemien Spook heeft het initiatief genomen om op 3 en 4 mei onder de titel ’Ik schrijf je naam’ de namen van de slachtoffers op grote rollen papier te laten schrijven in de Janskerk in Haarlem.

’Waarom is dit zo lang weggestopt?’

Het plan van Spook stuitte bij sommigen op forse weerstand. De teneur van de kritiek was: waarom moet zij met andermans verdriet aan de haal? Laat de Nederlandse regering eerst eens SS-ers als Klaas Carel Faber, de Haarlemse oorlogsmisdadiger die nu nog vrij leeft in Duitsland, gaan oppakken. Laat die mevrouw Spook zich liever druk maken over het verbod op het koosjer slachten. Zoiets hebben we toch al eens meegemaakt!

Kwetsend

Het is kritiek die Spook als ’kwetsend’ ervaart. Daarom wil zij graag uitleggen wat haar heeft gedreven om de actie ’Ik schrijf je naam’ op te zetten. ,,Ik heb een tijd aan de Kleverparkweg gewoond. Toen de lijst met namen van Joodse slachtoffers werd gepubliceerd, kwam ik erachter dat er uit twee huizen tegenover mij Joodse families zijn weggevoerd. Het is gek: maar dan komt het ineens erg dichtbij. Toen ik zo’n jaar of veertien vijftien was, werden er films over de oorlog gedraaid in de Ripperdakazerne. Daarin zag ik hoeveel Joden er zijn weggevoerd uit Haarlem. En toen rees bij mij de vraag: hoe is dit in godsnaam mogelijk geweest in mijn stad? Een andere vraag die ik mijzelf stelde was: waarom is er hier geen monument om die verschrikkelijke gebeurtenis te herdenken? Al met al hebben die dingen een diepe indruk op mij gemaakt. En toen dacht ik: ik moet iets doen. Niet vanuit een schuldgevoel, niet om iets goed te maken, maar gewoon om te laten zien hoe erg ik dit allemaal vind. Om te laten zien dat we ze niet zijn vergeten.’’

Het hele artikel leest u in Haarlems Dagblad, Stadseditie van 03-05-2011.

Bron: Haarlems Dagblad

Reageren is niet (meer) mogelijk.