Top menu

Sobibor-overlevende Jules Schelvis (95) overleden

Sobibor-overlevende Jules Schelvis, oprichter van de Stichting Sobibor, is afgelopen zondag op 95-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Amstelveen.

Jules Schelvis

Dat heeft de Stichting Sobibor, die de herinnering aan het vernietigingskamp levend wil houden, maandag bekendgemaakt.

Schelvis was de enige overlevende van een transport naar het vernietigingskamp Sobibor, dat op 1 juni 1943 met 3005 anderen vanuit Westerbork vertrok. In Sobibor verloor hij onder andere zijn vrouw Rachel Borzykovski, met wie hij al op negentienjarige leeftijd trouwde om haar te behoeden voor deportatie. Zelf overleefde Schelvis, omdat hij naar een ander kamp werd getransporteerd. Uiteindelijk overleefde Schelvis in totaal zeven concentratie- en vernietigingskampen.

In Sobibor, vlak bij de grens met Oekraïne, werden in een jaar tijd zeker 170.000 mensen, voornamelijk Joden, door de nazi’s vermoord. Van de slachtoffers kwamen ruim 34.000 uit Nederland. Schelvis was één van de achttien Nederlandse overlevenden van dit vernietigingskamp.

Een groot deel van zijn familie overleefde de oorlog niet. Alleen zijn moeder en zuster bleken na de oorlog nog in leven.

Expert

De in Amsterdam geboren Schelvis was lang dé expert als het ging om het vernietigingskamp. In 2008 werd hem door de Universiteit van Amsterdam een eredoctoraat verleend. Zijn wetenschappelijke studie Vernietigingskamp Sobibor wordt door velen gezien als een belangrijk werk over het kamp.

Schelvis was medeoprichter van de Stichting Sobibor. Naast Vernietigingskamp Sobibor schreef hij ook Binnen de poorten en Ooggetuigen Sobibor. Zijn laatste boek Er reed een trein naar Sobibor verscheen in 2012.

Hij was initiatiefnemer van het oorlogsmonument De Tekens van Westerbork, dat in 2001 vlakbij het voormalige kamp bij Hooghalen (Drenthe) werd geplaatst.

In 2007 wijdde het televisieprogramma Netwerk (EO, NCRV) een gehele aflevering aan Jules Schelvis.

Demjanjuk

Schelvis was ook een van de dertig slachtoffers en nabestaanden die in het proces tegen de voormalige bewaker van Sobibor John Demjanjuk als medeaanklager optrad. De Oekraïense oorlogsmisdadiger zou tussen maart en september 1943 aan de moord op 27.900 joden deelgenomen hebben.

Demjanjuk werd uiteindelijk veroordeeld tot vijf jaar cel, maar werd vrijgelaten in afwachting van zijn beroep. Dat idee was onder andere van Schelvis afkomstig. “Ik weet hoe het is om oud te zijn en kwaaltjes te hebben. Ook al is het een misdadiger, je moet enig begrip tonen”, zei hij destijds, verwijzend naar zijn humanistische opvoeding. Demjanjuk overleed uiteindelijk op 17 maart 2012, voordat het beroep doorgang vond.

Jules Schelvis (links) en John Demjanjuk (in rolstoel)

Columnist Wim Boevink schreef daarover het volgende: “Hij ontkwam aan de dood in Sobibor, maar droeg dat kamp zijn hele verdere leven met zich mee. Hij volgde in Duitsland het proces tegen een kampbeul, interviewde hem en andere betrokkenen, bouwde een maquette, schreef een wetenschappelijk standaardwerk, werd medeaanklager, gaf lezingen en voordrachten door het hele land, en dat alles eigenlijk met maar één doel: de herinnering doorgeven.

“Vorig jaar legde hij getuigenis af in zijn ‘Er reed een trein naar Sobibor’ en werd daarbij begeleid door het Nationaal Symfonisch Kamerorkest, onder leiding van Jan Vermaning, ook al zo’n gedrevene. Het was zeer aangrijpend.”

 

Jules Schelvis – ‘Ik heb een droom’ (uit: Letter&Geest, juni 2013)

“In oktober ga ik nog één keer naar Sobibor. Het is dan precies zeventig jaar na de opstand die er heeft plaatsgevonden. Daarover hoorde ik pas twintig jaar na de oorlog. Aanvankelijk keek ik niet terug, ik wilde vooruitkijken, een nieuw leven beginnen. Ik had in die tijd wel nachtmerries over mijn kampjaren. En dramatische dromen over mijn eerste vrouw met wie ik in december 1941 ben getrouwd. In mei 1943 zijn we, tegelijk met haar familie, gedeporteerd naar Sobibor. Zij en haar familie hebben dat niet overleefd.

Over de oorlog droom ik nu niet meer, maar positieve dromen heb ik eigenlijk niet. Als ik ga slapen probeer ik aan mijn pasgeboren achterkleinkind te denken. Helaas zijn dromen niet te sturen.

Ik droom vaak over het huis waar ik na de oorlog 35 jaar heb gewoond, in Tricht, in de Betuwe. Er is altijd een vrouw bij me die me vergezelt op wandeltochten. Maar ze spreekt nooit en haar gezicht is niet te zien. Misschien is het mijn eerste vrouw, al is ze daar nooit geweest. Het kan ook mijn tweede vrouw zijn. Ik ontmoette haar na de oorlog, ons huwelijk heeft meer dan vijftig jaar geduurd. Of het is Rozette, zij zat in het bestuur van de Stichting Sobibor en ze begeleidt mij tegenwoordig tijdens lezingen en reizen. In die droom word ik door de inwoners van Tricht als een vreemdeling behandeld, ze kennen mij niet.

Een tijdlang had ik nog zo’n soort droom. Ik kom bij de Arbeiderspers, waar ik algemeen bedrijfsleider ben geweest, maar nu blijk ik een outsider. Mensen vragen: wat kom je doen? Het had waarschijnlijk te maken met de ontvangst bij mijn eerste werkgever, een drukkerij. Daar ben ik begin 1941 ontslagen omdat ik Joods was. Na de oorlog, toen ik na twee jaar kampen in Amsterdam terugkeerde, heb ik me er gemeld. Maar ik was niet welkom met het motief: we hebben natuurlijk voor jou een ander in dienst genomen. Ik liet het er niet bij zitten en ze hebben mij ten slotte weer moeten aannemen, maar moeilijk was het wel. Die onheuse bejegening heeft blijvend indruk gemaakt.

Onlangs heb ik meegewerkt aan een serie herdenkingsconcerten ‘Er reed een trein naar Sobibor’. Het was een ongekende ervaring om in de laatste fase van mijn leven vijf maal mijn verhaal over te brengen op een zo geïnteresseerd publiek. Aan het slot zong de onovertroffen mezzosopraan Marjolein Niels ‘Urhlicht’ van het door mij uitgekozen vierde deel van de Tweede Symfonie van Mahler. Ik stond aan de grond genageld en dacht aan mijn in Sobibor vermoorde grote liefde. ’s Nachts hoorde ik in mijn droom haar telkens zingen. Ik sprong uit bed en liet alleen in mijn kamer mijn tranen vloeien.”

Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) laat in een reactie weten dat Nederland met het overlijden van Jules Schelvis ‘een menselijk monument’ verliest in het herinneren, onderzoeken en vertellen van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en de vervolging van de joden.

“De nazi’s hebben geprobeerd hun gruweldaden in Sobibor aan onze herinnering te onttrekken. Zij zijn daar niet in geslaagd en het is tot in de lengte der dagen onze taak om te zorgen dat dit zo blijft. Bij die strijd liep Jules Schelvis altijd voorop.”

Reageren is niet (meer) mogelijk.