Top menu

Plaquette voor weggevoerde Zeeuwse Joden

Een groep mensen maakte gisteren een herdenkingstocht voor gedeporteerde Zeeuwse Joden in Middelburg. Ook werd een plaquette onthuld. Foto RD

MIDDELBURG – Lopen naar het station, onder een stralende zon. Op weg naar een duister gat. Zo begon voor de Zeeuwse Joden op 24 maart 1942 de reis naar de vernietigingskampen. Gisteren maakte een groep mensen deze tocht weer.

Commissaris van de Koningin Peijs en burgemeester Schouwenaar onthulden op het Middelburgse station een herinneringsplaquette.

De vlag op de Zeeuwse Lange Jan wappert in de wind. Hij hangt halfstok. Het carillon klinkt in de verte. Langzaam gaat de lange stoet de brug over, richting het station. Voorop twee oudere vrouwen in een rolstoel. Zouden zij bij de deportatie zijn geweest? Een Jood die erachter loopt, grijpt naar zijn hoofd om zijn keppeltje te beschermen tegen de wind. Er wordt zacht gepraat.

Een aantal mensen nam het initiatief om de wegvoering van de Middelburgse Joden te herdenken. Een van hen is secretaris Vos van de Stichting Synagoge Middelburg. „Nergens in een publieke ruimte wordt dit feit herdacht. Dat vinden we niet goed. Wel staat er op de begraafplaats een monument. Eerst dachten we erover om dit te verplaatsen, maar dat kon vanwege principiële en praktische redenen niet.”

Dan voegt hij eraan toe: „We hopen dat mensen zich door deze plaquette realiseren wat er gebeurde in de oorlog. Veel mensen staan er niet meer bij stil. Het antisemitisme neemt toe. Dat moeten we bestrijden. Door mensen te wijzen op wat er is gebeurd, hopen we dat ze respect krijgen voor de Joodse minderheid.”

Commissaris van de Koningin Peijs en burgemeester Schouwenaar komen beiden gearmd met een oudere vrouw naar voren. De meisjesnaam van de twee zussen is Polak. Zij maakten de gebeurtenissen mee, nu bijna zeventig jaar geleden.

Met z’n vieren onthullen ze de plaquette. „Op 24 maart begon de lange reis van de Zeeuwse Joden naar de vernietigingskampen. 1940-1945”, staat erop. Eronder een Hebreeuwse tekst, die Ruth 4:10 verwoordt: „En de naam van de dode zal niet worden uitgewist uit de kring van zijn broeders en uit de poort van zijn stad. Gij zijt heden getuigen.”

Opperrabbijn Jacobs begint zijn speech. „Ik bereidde mijn toespraak niet voor. Hier kan niet gesproken worden.” Toch gaat hij verder. „Toen wij hierheen liepen, wisten we dat we straks weer weg zouden gaan. Maar zij gingen dezelfde weg. Het zonnetje scheen net zo lekker als nu. Maar zij liepen naar een duister gat. Ze hoopten tegen beter weten in dat ze terug zouden komen.”

De opperrabbijn wijst op de overlevenden die het fysiek overleefden, maar in hun geest geschonden en geschaad zijn. „Dit mag nooit meer gebeuren. Ik ken een les uit de geschiedenis en dat is dat mensen nooit leren van de geschiedenis. Want ze blijft zich herhalen. Een gedenksteen is daarom belangrijk. Misschien beïnvloedt die mensen in hun denken.” Een Hebreeuws gebed volgt.

De plaquette is gemaakt door Appie Drielsma. „Ik wilde geen kunstmatige plaat met teksten. Daarom heb ik de letters zeer expressief aangebracht. In de jaartallen hebben ik davidssterren en andere symbolen van de Joodse gemeente gekrast”, zegt hij. „Zelf ben ik Joods en maakte ook de oorlog mee. Ik zat ondergedoken, maar mijn familie werd slachtoffer. Daarom vond ik het een eer om deze plaquette te mogen maken. Deporatie mag nooit meer gebeuren.”

Bron: Reformatisch dagblad

Reageren is niet (meer) mogelijk.