Top menu

Joods leven in Haarlem

Han van Gessel − 07/01/00

Haarlem kende in de eerste helft van de voorbije eeuw een bloeiende joodse gemeenschap. Een belangrijke rol daarin speelde rabbijn Simon Ph….

Als overtuigd zionist kreeg hij landelijke bekendheid. ‘Met de opperrabbijn van Amsterdam, Joseph H. Dünner, behoorde hij tot het handjevol rabbijnen die vanaf het begin openlijk en uiterst gedreven het zionisme steunden’, zo staat het in Pinkas – Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland. Dit door Jozeph Michman, Hartog Beem en Dan Michman samengestelde en oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven overzichtswerk verscheen voor het eerst in een Nederlandse vertaling in 1992 en is nu aangevuld. Het bevat een geschiedenis van de joodse gemeenschap en geeft per plaats een beeld van het joodse leven in Nederland.

Aan de joodse gemeenschap in Haarlem is het vijftigste deel in de serie Haarlemse miniaturen gewijd: Kom ga sjoelen! – Bijdragen over de geschiedenis van de joodse gemeenschap in Haarlem, samengesteld door Kees van der Linden en Wim de Wagt. ‘Historici hebben – merkwaardig genoeg – tot nog toe weinig belangstelling getoond voor de Haarlemse joodse gemeenschap’, schrijven zij in hun Verantwoording. ‘Terwijl de Nederlands Israelitische Gemeente hier tot het uitbreken van de oorlog toch een van de grootste en belangrijkste was buiten Amsterdam.’

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog telde de joodse gemeenschap in Haarlem ongeveer achttienhonderd leden. Na de oorlog waren dat er iets meer dan tweehonderd. Veel was verwoest. De synogage aan de Lange Begijnestraat was grotendeels vernield en brandde in 1953 volledig uit. Na de oorlog kwam het joodse leven langzaam weer op gang. In 1949 werd een nieuwe ‘sjoel’ in gebruik genomen. Kom ga sjoelen verscheen om het vijftigjarig jubileum van deze synagoge luister bij te zetten.

Een bijzondere plek in de joodse geschiedenis van Haarlem neemt opperrabbijn Philip Frank in. Deze werd in 1937 – hij was toen 27 jaar – aangesteld voor het hele gebied Noord-Holland. Tijdens de Duitse bezetting werd hij het slachtoffer van een Duitse represaillemaatregel. In januari 1943 werd een Duitse onderofficier bij de Verspronckweg neergeschoten. De Duitsers reageerden door 109 Haarlemmers te laten arresteren. Tot hen behoorden drie vooraanstaande leden van de joodse gemeente, onder wie Frank. Begin februari werden ze met zeven niet-joodse gijzelaars in de duinen van Overveen gefusilleerd.

Een getuige vertelde later aan de historicus Jacques Presser (Ondergang) hoe indrukwekkend Frank zich in zijn laatste uren had betoond. Tegen zijn medegevangenen had hij over de nazi’s gezegd: ‘We staan geestelijk zo ver boven hen, we moeten dit maar verdragen en ik persoonlijk als rabbijn behoor bij mijn mensen, ik moet hen steunen en sterk maken voor hun komend lijden.’

Bron: Volkskrant

Reageren is niet (meer) mogelijk.